Verscholen eiland

In  mijn dromen van verlangen

Zie ik verre tempelbeelden

En hoor ik jouw gezangen

En voel  ik zoete weelde

 

Van terrassen, tussen grassen

Zaten wij en praatten

Nietszeggend, terwijl de assen

van de toekomst al vergaten

 

Dat zwanen niet vluchten

Dat Santiago is gevallen

Dat wallen opnieuw gebouwd

 

In duizend zuchten

Sluiten wij onze geuren in het  mout,

in onze stallen

Verloren twijfel

Grijze wolken van de nacht

Schuiven langzaam weg

Langs een waas van mist slingert zacht

Vanuit de bergen de liefdesweg

 

Het prille licht en ochtenddauw

Zorgen voor vreemd , mystiek verlangen

Hoog in de lucht, vliegt de zwarte kauw

Ver beneden klinken gezangen.

 

Ik ben de monnik uit een ver verleden

Mijn kruisgang was donker en verlaten

Mijn weg vertoont niet langer gaten

 

Want zij is heden

Haar geur het zuiden,

Wit en rood, godin der duizend bruiden

Meditatief

Door de vensters van de stad

Zoek ik jou, een bron

Waarin de spiegel van de zon

Schittert en wat ik zie als liefdesbad

 

Is water in de duinen

Witte wieken in het groen,

De lange gracht van toen,

De wilde rozen in aangelegde tuinen

 

Het versteende labyrint

Ligt boordevol met schelpen

Het kraakt en knispert onder mij

 

Ik, niet langer meer een kind

Mijn dorst is niet te stelpen

Mijn bron, een woestenij

Copyright Timon van Dordt

Ontdekking