San Antimo

 

Gesloten stilte

Blauwe bloemen spreiden

Geuren van gedachten

En de vogel zingt

 

San Antimo!

Jouw glans verloren

Niet langer is jouw naam

 

Jouw beeld

Mij ooit voor ogen

Ontheiligd. Je pijnigt

nu mijn ziel

 

San Antimo!

Een echo klinkt dof

Vele spaken weerspreken voorgoed

Jouw toon 

Varna

Stad van vele namen, stad aan Zwarte Zee

In Asparoech liepen ooit de Krobisae

In Odessos dronken Drunen goudgeel sap

Stalin zweefde zeven jaar op rode borden

 

Maar Varna bood Jou leven, verdreef voorgoed

horden van weleer, Grieken, Romers, Ottomanen

Jouw baai, jouw straten, jouw boulevard

Is nu van vrije Slaven, is van Bulgaria

 

Zo bewogen zeelui in onbekende ceremoniën

In stegen, zoekend naar vervluchting

Zo schreden priesters vanuit omgeven rotsen

En prevelden, terwijl zij stilte baarden

Zo vliegt nu de nieuwe mens op gouden kusten

 

Maar Jouw baai, jouw blauwe tuinen en Konstantijn

Zijn mijn voedsel, zijn mijn zege

Jouw lommerrijke stegen, mijn Onoghuria!

Belozem

Op witte aarde ontving

jij ooit de vluchteling

Op witte aarde stond

Standvastigheid, bevrijd

Als jij was van iedere taal

 

Door de eeuwen gaf

jij schuchter vruchten,

brood en wijn

Mensen, niets te duchten

 

Rondom jouw huizen

klapperen witte wieken

wanneer jij hen nesten biedt

Zodat zij jou kinderen schenken

Zodat zij jouw aarde bevruchten

Oh Bel O Zem!

Jouw adem doet ons leven!

Dordrecht, moeder, wereldziel

Het kind kent geen verschil

In borsten, stelt geen vragen

 

De roos blijft altijd roos

In de wieg van culturen

Bevruchten mensen geloof

terwijl de nachtegaal fluit.

 

Calvijn stichtte nieuw geloof,

Geloof in handel, geloof in

Puriteinen. Maar markten

Dwalen, verloochenen eeuwigheid

 

Weest kind, drinkt melk en eet van alle korenaren!

Zijt gerust!

Want kinderzielen Varen

In voorspoed en in eeuwigheid.

Astrachan

Wij roemen rivier, leven

In route van bloemen verweven

Wij trekken voorbij ‚t Godshuis

In ‚t Kremlin slaan wij ons kruis

 

Terwijl de anderen hun mutsen droegen

Terwijl de anderen hun auto’s maten

Liepen wij door witte straten

Liepen wij langs vuile kroegen.

 

Kaviaar, droge vis  was onze spijze

Zwart brood en bier was er aan boord.

Wij dansten samen met de wijze

 

Heiligen staan nog immer op ikonen

De Wolga schrijft ons woord

Dit is waar wij willen wonen.

Copyright Timon van Dordt

Copyright Timon van Dordt

De stad