Dwaze maagden

 

Dwaze maagden stonden ongekroond

Onderaan de schansen

Ter invitatie op het bruiloftsfeest

Zij wilden graag hun kruiken vullen, dansen

Met een ieder, elk gelijk en onbevreesd

 

Maar rook’loos en hovaardig

Namen zij geen olie, maar de wijn

Naast flambouwen hingen nu lege kruiken

En Moenen zag het belijden van gebreken

Iedere levensvreugd was zijn vertier

 

Vier van hen pareerden, pareerden

En smeten zichzelve in ’t vuur

 

Zotteke berstte open als een bloem en waardig

toonde zij haar passen, haar kruikje liep al over

Zotteke’s festijn riep het plein vol passie

In hemelsblauw, woest, wild, vol tover

En vol tumult en zottecollacie gaf zij zich over.

Copyright Timon van Dordt

Nieuwe gedichten

Ontmoeting

In  desolaat zand doorkruist

Een ‘grand spectacle” van passie en lijden.

Een godin in gouden lendendoek

Haar ingewanden, blauw in blinkende 

Zon, rabbi in wit, brood in zijn hand

 

Verbeten zwijgen klokken, stof

brandt op onze droge lippen

Aan de muren van El Gharsa

wapperen wit met rode vlaggen

 

Het derde uur hangt boven

de diepe leegte van de piste

Dan zien we Woland en we zwaaien

Een glimlach van hunkering

verschijnt. Gevangen in de stilte.

 

Visionaire

Onder de tempels van Paestum

Verschuilen vogels zich

Tussen Dorische zuilen, zonder denken

Drijft de priester dagelijks

Vaste potloodstrepen, terwijl

stof brandt op zijn lippen

 

Zonder leidraad, zonder lendendoek

Gebroken ketens van zijn lange zwijgen.

 

Noordwaarts, in een der gemaskerde steden,

Wordt juist op dat moment

de kelk geheven van stenen ranken

En rood glas en worden kanalen druk bevaren

 

En op een mozaïeken vloer bij de fontein

Ontmoeten we de nieuwe kinderen

Zij schrijven

Geen raadsels, zij schilderen

geen immanente beelden.